Michael P. ‘wilde niet gestoord worden tijdens het klussen’

In Utrecht is de eerste procesdag van de rechtszaak tegen Michael P (28) aan de gang. P. wordt in de zaak van Anne Faber (25) verdacht van vrijheidsberoving, verkr*chting en moord. Hij wordt ook verdacht van de mishandeling van vijf medewerkers van het Pieter Baan Centrum.

Vandaag worden de feiten behandeld waarvan Michael P. wordt verdacht. Ook komen zijn persoonlijke omstandigheden aan bod.

Michael P.: Ik heb de fouten gemaakt. Zij heeft niets verkeerd gedaan.

10.30 uur: de reconstructie stap voor stap
Drie dagen na zijn arrestatie vertelt Michael P. dat hij het lichaam van Anne heeft verborgen in een natuurgebied bij Zeewolde. “Als ik naar mijn handen kijk, zie ik de handen van een moordenaar”, zegt P. tegen de politie.

Op de dag van de moord is P. onder invloed; hij snuift Ritalin. “Het kunnen tussen de tien en vijftien pillen geweest zijn, tot aan de middag of zo.”

Die middag zegt een getuige hem overigens al te hebben gezien, vlak bij de plek waar het lichaam van Anne bijna twee weken later wordt gevonden. De getuige, die net als Michael P. zelf ook uit Zeewolde komt, weet het zeker: “Iedereen kent hem. Hij is stapelgek.” Maar volgens P. is hij daar die middag echt niet geweest.

De rechtbank reconstrueert stap voor stap wat er later die dag is gebeurd. Op de avond van Annes dood wil P. gaan klussen, op het terrein van de kliniek waar hij verblijft in Den Dolder. Hij besluit eerst te gaan tanken met zijn scooter in Baarn. Iets na vijven vertrekt hij uit de kliniek.

Hij heeft een zak gereedschap bij zich: tangen, schroevendraaiers, een betonschaar, een mes. P. zegt dat hij die als oud ijzer wil verkopen, om wat geld te hebben voor zijn verlof. Hij verstopt de tas bij een ruiterpad. “Ik wilde niet gepakt worden met dit soort spullen op een onverzekerde scooter”, verklaart P.

Hij appt zijn vriendin in Maastricht dat zijn telefoon regelmatig uitvalt. Ook zegt hij dat hij naar zijn jarige moeder gaat: een leugen. Waarom? “Ik wilde niet gestoord worden tijdens het klussen.”

Daarna gaat zijn telefoon uit; volgens de politie deed P. dat zelf. “Niet waar”, zegt de verdachte. De telefoon zelf is nooit gevonden. Volgens P. heeft hij ‘m later doormidden gebroken en in een prullenbak gegooid. Niet om iets te verbergen, zegt hij, maar omdat hij niet wilde dat iemand zijn kapotte telefoon nog zou gebruiken.