Anne Faber vocht voor leven: Stak Michael P in zijn hand met mes

Anne Faber vocht voor haar leven toen ze in september vorig jaar tijdens een fietstocht in de klauwen van zedenpleger Michael P. belandde. Dat bleek maandag in Utrecht tijdens de rechtszaak tegen P., die verdacht wordt van het vermoorden en verkr*chten van de 25-jarige vrouw.

P. botste op 29 september vorig jaar met zijn scooter tegen Faber en haar fiets. Dat gebeurde in de omgeving van Den Dolder, waar P. op dat moment in een kliniek zat.

P., beweert dat hij haar na de aanrijding vroeg hoe het ging. En dat hij zich realiseerde dat zijn scooter onverzekerd was. „Kunnen we het hierbij laten?”, zou hij de studente hebben gevraagd. Toen Anne de politie wilde bellen „flipte” hij naar eigen zeggen. Hij zegt dat hij het mes in zijn tas zag en het eruit trok. „Geef me die kankertelefoon”, zei hij tegen Anne. Hij dwong haar het pad in te lopen. „Ik weet niet waarom, maar het is gebeurd.”

Worsteling
Hij bedreigde haar met een mes, nam haar mee het bos in en verkrachtte haar. Na een worsteling, waarbij Faber het mes wist te bemachtigen en P. in zijn hand wist te steken, overmeesterde hij haar en nam haar onder bedreiging mee op zijn scooter. Toen ze meerdere keren om hulp schreeuwde naar onder meer een passerende fietser, doodde hij haar met het mes.

Ritalin
Uit een reconstructie van de politie blijkt dat het „onwaarschijnlijk is, maar niet uitgesloten” dat de twee per ongeluk op die plek tegen elkaar zijn gebotst. P. en Faber zouden elkaar enkele minuten daarvoor waarschijnlijk al zijn tegengekomen onderweg, blijkt ook uit de reconstructie. P. ontkent dat. „Ik heb niemand gezien.” Als de rechter hem vraagt of hij haar heeft opgewacht, ontkent hij.

Uit onderzoek blijkt dat de mobiele telefoon van P. op de bewuste avond enkele uren uit was. Volgens de verdachte kwam dat, omdat zijn telefoon haperde en soms vanzelf uitging. De telefoon is niet meer teruggevonden. P. zegt dat hij die heeft weggegooid. Ook het mes waarmee hij Faber heeft bedreigd en doodgestoken, is niet meer gevonden.

’Boos’
P., die in de rechtbank opnieuw verklaarde verslaafd te zijn aan Ritalin, liet weten dat hij na zijn arrestatie drie dagen heeft gezwegen. Dat deed hij naar eigen zeggen uit boosheid op de politie. „Ik was boos omdat ik was mishandeld bij mijn arrestatie.”

Na drie dagen ging hij praten en wees hij de politie de plaats waar het lichaam van Anne Faber was verborgen. Hij ging praten omdat hij het niet langer kon volhouden om te zwijgen, vertelde hij maandag in de rechtbank in Utrecht. „Het was mijn geweten.” P. zei dat hij het belangrijk vond voor de ouders om te weten waar ze was. Hij liep er al twee weken mee rond en als hij naar zijn handen keek, „zag hij de handen van een moordenaar.”

Nadat hij de politie de locatie had verteld, vindt een speurhond een spoor en wordt het lichaam van Faber gevonden.

P. zei tegen de rechter dat hij al van plan was geweest om openheid van zaken te geven. Een gesprek met een ondervrager, die hem levenslang voorhield of een kortere straf als hij de vindplaats bekend zou maken, was hier niet van invloed op, zei P.

Na zijn zwijgen, is P. wel gaan verklaren. Ook maandag in de rechtbank geeft hij antwoord op de vragen van de rechter. Als die hem meerdere keren tegenstrijdige verklaringen voorhoudt, weet hij niet precies hoe dat kan. „Ik weet het ook niet, ik weet het niet”, zegt hij regelmatig geïrriteerd.